U bent hier

U bent hier

De relatie tussen dystonie en choreoathetose met activiteit, participatie en kwaliteit van leven bij kinderen en jongeren met dyskinetische Cerebrale Parese

Spreker:
Prof. Dr. Elegast Monbaliu

Affiliatie:
KU Leuven / Dominiek Savio

Abstract:
Doel van dit onderzoek is het relateren van dystonie en choreoathetose met activiteit, participatie en kwaliteit van leven (QOL) bij kinderen en jeugd met dyskinetische Cerebrale Parese (CP).

Methodologie:
Vierenvijftig deelnemers met dyskinetische CP (gemiddelde leeftijd 14j6m, SD 4j2m, bereik 6-22j) werden geïncludeerd. De Dyskinesia Impairment Scale (DIS) werd gebruikt om dystonie en choreoathetose te evalueren. Activiteit, participatie en QOL werden beoordeeld met de Gross Motor Function Classification Measure (GMFM), de Function Mobility Scale (FMS), de Jebsen-Taylor Hand Function Test (JTT), de ABILHAND-Kids Questionnaire (ABIL-K ), de Life Habits Kids (LIFE-H) en de Quality of Life Questionnaire voor kinderen met CP (CP-QOL). Spearman's rangcorrelatie coëfficiënt (rs) werd gebruikt om de relatie tussen de bewegingsstoornissen en activiteit, participatie en QOL te beoordelen.
Resultaten: Er werden significante negatieve correlaties gevonden tussen dystonie en de activiteitschalen met Spearman's rangcorrelatiecoëfficiënt (rs) variërend tussen -0,65 (95% CI = -0,78 tot -0,46) en -0,71 (95% CI = -0,82 tot - 0,55). Correlaties werden ook gevonden met de LIFE-H (rs = -0,43; 95% CI = -0,64 tot -0,17) en de CP-QOL (rs = -0,32; 95% CI = -0,56 tot -0,03). Voor choreoathetose werden geen of enkel lage relaties gevonden met activiteit, de participatie en QOL.

Interpretatie:
Deze studie is de eerste die de relatie tussen dystonie en choreoathetose in dyskinetische CP met het niveau van activiteit, participatie en QOL onderzoekt. De resultaten toonden aan dat dystonie een hogere invloed heeft op activiteit, participatie en levenskwaliteit dan choreoathetose. Deze bevindingen geven aan dat het noodzakelijk is om eerst te concentreren op dystonie interventies en vervolgens op choreoathetose interventie. 

Terug naar het overzicht van het programma.