U bent hier

U bent hier

De voedingstoestand en lichaamssamenstelling van Vlaamse kinderen met Cerebral Palsy

Spreker:
Dr. Koen Huysentruyt

Affiliatie:
Dienst kindergastro-enterologie, UZ Brussel

Download hier de presentatie

Abstract:
In deze prospectieve, cross-sectionele studie in de Vlaamse Cerebral Palsy (CP) centra werden 326 kinderen geïncludeerd, waarvan 61.3% jongens. De Gross Motor Function Classification (GMFCS) verdeling was: 15.3% GMFCS1, 29.1% GMFCS2, 15.0% GMFCS3, 16.9% GMFCS4 en 23.6% GMFCS5. Dysfagie was aanwezig bij 23.0% en significant (p<0.001) frequenter in hogere GMFCS klasses (GMFCS 5: 46.7%); 22 kinderen hadden een gastrostomie (17/22 GMFCS5). Mediane (Q1;Q3) gewicht voor leeftijd (WFA) z-scores waren volgens stijgende GMFCS klasse: -0.42 (-1.25; 0.54), -0.58 (-1.80; 0.22), -0.99 (-1.98; 0.05), -1.40 (-2.85; -0.18) en -2.71 (-4.61; -1.43); significant (p<0.001) verschillend over de klassen heen. Een derde (33.7%) had ondergewicht (WFA < -2 SD). Ondergewicht was frequenter bij jongens (38.0% vs 27.0%; p=0.041), hogere GFMCS (12.0% in GFMCS1 vs 71.4% in GFMCS5; p<0.001), aanwezigheid van gastrostomie (68.2% vs 31.3%; p<0.001), dysfagie (58.7% vs 26.0%; p<0.001), anti-epileptica (44.0% vs 29.8%; p=0.015), epilepsie (40.9% vs 29.9%; p=0.045), maar niet spasticiteit (p=0.174). In totaal hadden 13 kinderen (4.0%) een gewicht dat geassocieerd is met een verhoogd risico op mortaliteit volgens de Amerikaanse CP curves; 8 van deze kinderen waren GFMCS5, 7 (58.3%; p=0.004) hadden dysfagie en 4 (30.8%; p=0.007) een gastrostomie. De mediane (Q1;Q3) mid-bovenarm omtrek z-score (MUAC) was significant (p<0.001) verschillend over de verschillende GFMCS klassen: 0.22 (-0.45;1.01), 0.45 (-0.34;1.20), 0.57 (-0.41;1.33), 0.39 (-0.83;1.15) en -0.62 (-1.74;0.24). Negentien (5.8%) kinderen hadden een MUAC < -2 SD (13/19 GFMCS5).

Besluit:
Vlaamse CP kinderen met ernstige motorische aantasting zijn at risk voor ondervoeding. De risicofactoren zijn grotendeels vergelijkbaar zoals beschreven in de literatuur.